VOORWOORD

Broeders en zusters, van harte welkom in deze Eucharistieviering op de 2e zondag van de 40-dagentijd. Zoals Jezus en zijn leerlingen een berg beklommen, in het evangelieverhaal dat we gaan horen, om de drukte van de wereld achter zich te laten en zich te plaatsen in Gods aanwezigheid en vrede, zo zijn ook wij hier bijeen in deze gewijde ruimte, waar we biddend voor God te treden, om vrede te mogen vinden, temidden van de beroering waarin we ons soms bevinden. In die aanwezigheid van de eeuwige God beseffen we onze kleinheid als vergankelijke, onvolkomen schepselen en laten we daarom de drukte van onze ego's even achter bij de deur van deze kathedraal. In sommige godsdiensten drukt men dit uit door zijn schoenen uit te doen alvorens de heilige ruimte van gebed en aanbidding te betreden. Ook al doen we dat hier niet letterlijk, geestelijk wordt dit wel van ons verwacht. In een geest van nederigheid en aanbidding, vrede en verzoening treden wij hier voor God, in het besef uit onszelf onmachtig en onwaardig te zijn om met Hem in verbinding te treden. We hebben geen enkele claim op Hem. Het is veeleer onze Schepper die recht heeft op ons, op onze dank en eer, op onze dienst en toewijding. Hij is het dan ook die ons als zijn volk hier bijeenbrengt, om in zijn heilige aanwezigheid vrede en eenheid te vinden, met Hem en met elkaar. In Gods transcendente grootheid kunnen onze particuliere conflicten en verdeeldheden, onze tekorten en onvolkomenheden worden geheeld en overstegen, door Jezus Christus onze Middelaar. Omdat dus de heiligheid van God en de heelheid van de mensen zo nauw met elkaar verbonden zijn, zouden beiden worden geschonden en beschadigd, wanneer deze eredienst zou worden verstoord. Omdat daarom absoluut moest worden vermeden dat de Eucharistie en de heilige Communie voorwerp en speelbal zouden worden van de protestacties en demonstraties die in zo'n brede kring zijn aangekondigd, hebben wij ons helaas genoodzaakt gezien om dit meest kostbare en heilige sacrament dat aan de Kerk is toevertrouwd vanmorgen niet uit te reiken. Juist omdat we begrip hebben voor de gevoelens van pijn en verdriet, verwarring en boosheid die bij velen van u de afgelopen dagen gerezen zijn, juist daarom vragen we u de helende werking van deze viering van het transcendente heilsmysterie van God niet te verstoren. Dan kan, ondanks de pijnlijke voorgeschiedenis, juist ook deze Eucharistieviering bijdragen aan het helen van wonden, aan meer onderling begrip en respect, aan wederzijdse verzoening en verbroedering, zodat wij allen na afloop, ondanks alles, kunnen zeggen, met de woorden van de apostel Petrus zodadelijk in het Evangelie: “Meester, het was goed dat wij hier waren; het is goed dat wij hier zijn .” Keren we ons dan nu tot God, wiens liefde uitgaat naar ieder mensenkind. In zoverre wij tekort zijn geschoten in wat van ons als christenen mag worden verwacht, beginnen we met de schuldbelijdenis en keren we ons tot God om de heilige Eucharistie waardig en goed te kunnen vieren.

PREEK

Bij alle volken, van alle tijden, zie je dat mensen op zoek gaan naar méwér. Naar méér dan het vluchtige en vergankelijke. Mensen zijn er zich telkens weer van bewust dat er méér is dan zijzelf. Waar komen wij vandaan? We hebben onszelf niet bedacht, niet gemaakt. We zijn niet onze eigen oorsprong. Die ligt ergens anders. Er is iets dat groter is dan onszelf. En zo gaan mensen telkens weer op zoek naar dat grotere, naar die heilige Oorsprong. Om daarin een houvast en een bestemming te vinden. Temidden van de onbestendigheid van onze aardse bestaan dat voorbijgaat, hebben we besef van iets dat daar boven uit moet stijgen. Het heilige, het eeuwige. En zo gaan mensen daarnaar op zoek, want zonder dat heilige en eeuwige dreigen wij, mensen, weg te zinken in de maalstroom van vergankelijkheid en dood en te worden meegezogen in de leegte van het niets.

Eén van de pioniers in deze religieuze zoektocht van de mensheid is de persoon van Abraham, over wie we hoorden in de eerste lezing. Ook zijn sterfelijk bestaan leek uiteindelijk op niets uit te lopen. Hij was oud en vermoeid, leidde een wat zwervend bestaan en had geen nageslacht. In de eerste lezing hoorden we, hoe hij daardoor op een gegeven moment overvallen werd door gevoelens van teneergeslagenheid, duisternis en angst. Maar helemaal zonder hoop was hij niet. Want ondanks alles bleef Abraham een man van geloof. Hij had de stem van de Eeuwige in zijn binnenste gehoord. En deze Eeuwige had een toekomst en bestemming beloofd voor hem en zijn nageslacht, ja zelfs, via één van zijn nakomelingen, een gezegende toekomst en bestemming voor heel de mensheid. Want méér nog dan dat de mensen naar Hem op zoeken waren, was de eeuwige God naar hen op zoek. Hij was de God van het verbond. En zo kwam na enige eeuwen inderdaad die aangekondigde nakomeling van Abraham, die voor heel de mensheid een nieuwe dageraad zou doen aanbreken, Jezus Christus. In het Evangelie van vandaag zien we hoe Hij geflankeerd wordt door twee andere grote mannen uit die geschiedenis van Gods volk: Mozes en Elia. Mozes, die het volk voorging in de uittocht uit de slavernij en aan wie de tien geboden van Gods wet werden meegedeeld, als richtsnoer voor een gezegend leven, in verbondenheid met God en medemensen. En Elia de profeet, die op vurige wijze dit verbond van God in herinnering riep, toen het vergeten en verwaarloosd dreigde te worden. En deze twee grote voorlopers, Mozes en Elia, zien nu op naar de beloofde Messias, Jezus, met wie de voltooiing van Gods belofte is gekomen. Met Hem zal het aanschijn van de aarde gaan veranderen, zal de mensheid een nieuwe gedaante mogen krijgen, vanuit Gods licht dat in Hem verschijnt. Op bijzonder intense wijze maken enkele leerlingen mee hoe Jezus, tijdens zijn gebed op de berg, opeens van binnenuit begint te stralen vanuit de heerlijkheid van het goddelijk licht dat in Hem aanwezig is. Hij verandert van gedaante en zijn gezicht en kleren worden verblindend wit. Het is de voorbode van zijn verrijzenis uit de dood, het is de voorbode ook van ónze gedaanteverandering. Want juist daartoe is Jezus gekomen, om onze menselijke gedaante aan te nemen en die van binnenuit te verlichten en te vernieuwen. Om dit te voltooien zal Jezus te Jeruzalem de kruisdood ondergaan, om onze duisternis en dood ten volle op zich te nemen. Daarover spreken Mozes en Elia op de berg met Hem, over zijn heengaan te Jeruzalem; in de originele Griekse tekst staat er: zijn exodus, zijn uittocht. Net als eens Mozes gaat Jezus ons nu voor in een definitieve uittocht uit zonde en dood, naar Gods land van eeuwig licht en leven. Dit verlossende heilsgebeuren blijft onder ons aanwezig en werkzaam in de sacramenten die Jezus aan zijn Kerk gegeven. Heel bijzonder in de Eucharistie vieren wij het verlossende sterven en verrijzen van Jezus, wanneer Hij zichzelf voor ons geeft in zijn gebroken Lichaam en zijn vergoten Bloed. Hierin, zo zegt Hij, sluit Hij met ons een altijddurend verbond. Hij geeft Zichzelf aan ons, zijn Lichaam en Bloed, om ons op te nemen in zichzelf. Te communie gaan is daarom een gelovige en vastbesloten bevestiging en bezegeling van dit verbond dat Jezus aanbiedt. Het is niet een vrijblijvend iets dat men zonder gelovige overgave en commitment kan ontvangen. Het is een levensverbintenis, waarin Jezus zijn leven voor ons geeft en wij ons leven aan Jezus geven en wij zo ook van harte, bewust en volledig deel uit maken van de Kerkgemeenschap in wie Hij voortleeft, die zijn ene Lichaam is, waarvan Hij het ene Hoofd is. Het woordje zegt het al: heilige communie. Com is: samen. Unie is: eenheid. Heilige Communie: samen een eenheid, een levenseenheid vormen met Jezus Christus. Wie te Communie wil gaan, belijdt daarin het geloof in de waarachtige aanwezigheid van het Lichaam van Christus en verbindt zich er toe, zij het ook met vallen en opstaan, om in eenheid met Jezus Christus en zijn Kerkgemeenschap leven. Daartoe moet hij het doopsel hebben ontvangen en wanneer die doopgenade door een zware zonde werd verstoord, moet dit worden hersteld in het sacrament van de biecht. Een leidraad om te bepalen of iets een zware zonde is, zijn met name de tien geboden, die al eerder ter sprake kwamen en die door Christus niet zijn opgeheven, maar zijn vervolmaakt. Ook de juiste beleving van de sexualiteit maakt daarvan een onderdeel uit.

Daarom vraagt de Kerk dus overeenkomstig het voorafgaande zorgvuldig en gewetensvol met de H. Communie om te gaan en onszelf te onderzoeken of wij in een goede en zuivere relatie staan tot het Lichaam van Christus alvorens wij te Communie gaan. Bij bijzondere gelegenheden, zoals begrafenissen e.d., waarbij allerlei mensen aanwezig zijn die niet of weinig met de Kerk verbonden zijn, zal het gepast zijn om erop te wijzen dat te communie gaan niet vanzelfsprekend is. Eventueel kan het ook aan de orde komen in een persoonlijk pastoraal gesprek, waarin ieders persoonlijke levensomstandigheden en gewetensbeslissingen mee gewogen kunnen worden, die de zwaarte van een zonde nuanceren. Vervolgens wordt het dan aan de gewetensvolle verantwoordelijkheid van de betrokkene overgelaten om zijn handelswijze te bepalen t.a.v. het al dan niet te communie gaan. Het komt dan ook uiterst zelden voor dat iemand, die naar voren komt, de Communie wordt geweigerd. Ook in Reusel was dat niet het geval.

De meeste priesters zijn uiterst behoedzaam in deze delicate zaken, om zowel het respect naar betrokken personen als het respect naar de kerkelijke sacramenten te kunnen garanderen. De heiligheid van de sacramenten en de heelheid van de zielen zijn immers nauw met elkaar verweven, zoals ik al zei. De pastorale zorgvuldigheid die hiervoor nodig is, worden echter bijna onmogelijk gemaakt door de atmosfeer van provocatie en rellen, demonstratie en pressie die de afgelopen weken is gecreéerd. Daarom zou ik degenen die deze acties in gang hebben gezet en blijven voeden, toch ernstig de vraag in overweging willen geven of deze methodes niet contraproductief zijn, met name voor degenen voor wie zij willen opkomen. Veel homosexuelen die oprecht gelovig en kerkelijk proberen te zijn, zijn door de hype van de afgelopen weken onnodig gekwetst. De pastorale zorgvuldigheid die in de Kerk gebruikelijk is, is door de opgeklopte hype immers ernstig doorkruist en verstoord, zoals vandaag ook de weldadige invloed van de kerkelijke liturgie en het ontvangen van de heilige Communie door de aangekondigde protestacties wordt doorkruist en verstoord. Ik betreur het dan ook dat ik vanmorgen in geweten genoodzaakt ben om in deze H. Mis af te zien van het communie uitreiken, omdat het een ernstige heiligschennis zou zijn, wanneer de heilige communie, waarin ons het meest kostbare en heilige is toevertrouwd, namelijk het Lichaam van Gods mensgeworden Zoon Jezus Christus, het voorwerp en de publieke speelbal zou worden van protestacties en demonstraties. Het opkomen voor de heiligheid van dit sacrament is, ik zeg het nogmaals, nauw verweven met zorg voor de heelheid van onze zielen. Slechts door ons integer, zorgvuldig en eerlijk t.o.v. het heilige te verhouden, kan de heelheid van onze ziel tot stand komen. Ook al kan dus zodadelijk, vanwege de extreme omstandigheden, helaas niet de heilige Communie worden uitgedeeld, u kunt zich niettemin met heel uw hart openstellen voor de heilzame invloed van het heilsmysterie dat wij hier vieren. U kunt zich in gebed verbinden met Christus die in ons midden is en die zodadelijk tijdens de Consecratie, zijn verlossende kruisoffer onder ons tegenwoordig stelt. Daarna zal ik u straks voorgaan in het doen van een geestelijke communie, waardoor u in principe dezelfde genade kunt ontvangen als wanneer u werkelijk te communie ging.

Laten we dan nu gaan staan voor het zingend belijden van ons geloof.

Terug naar Reusel in de pers