12 september 2010

24e zondag door het jaar
Exodus 32, 7-14; Lukas 15, 1- 32

In het laatste programma van Zomergasten een paar weken geleden was de fotograaf Erwin Olaf de hoofdpersoon.
Behalve boeiende gespreksonderwerpen en enige spannende foto’s; maar op het eind werd hij zeer fel en uitgesproken over de discriminatie van homoseksuelen. Oprechte woede kwam bij hem naar buiten over het nog steeds voortdurende en weer toenemende geweld tegen homoseksuelen.
Herkenning, blijdschap over zijn duidelijke stellingname. En woede en verdriet over wat nog steeds voortduurt en een gedoogsfeer er om heen van bepaalde maatschappelijke groeperingen.
Zo gemakkelijk ben ik geneigd – laat ik het maar in de eerste persoon enkelvoud formuleren! - groepen als geheel weg te zetten en te vergeten dat die groep bestaat uit individuen met ieder hun eigenheid. En de diepe onrechtvaardigheid om allen over één kam te scheren. Niet iedere homo identificeert zich met een nicht die op hoge hakken rondzwikt noch iedere lesbo met in stoere overalls gehulde potten / horen jullie de fijnzinnige discriminerende formulering?

Het afgrijselijke schandaal in de rooms katholieke kerk over het misbruik van kinderen is dat aanleiding om iedere priester of religieus te wantrouwen?
Wij zijn op een helaas monsterlijke manier geconfronteerd met de diep gewortelde vooroordelen ten opzichte van joden met alle gevolgen van dien.
En we zitten midden in een weekend waarin door publiciteitsgeile lieden de discriminatie van moslims centraal staat.
Uiteraard moet je je ferm opstellen tegen religieuze fanatici die met geweld hun godsdienst willen opdringen.
Maar het ‘kort door de bocht`denken om daarmee alle moslims in één hoek te plaatsen is van een bekrompen denkraam waar je stil van wordt als het niet zo dom en in zekere zin misdadig was.

Wij kennen uit de geschiedenis van het Christendom talloze hemeltergende episodes waarin andersdenkenden werden vervolgd en ten dode toe uit de samenleving gedrongen. De verhalen over de getto´s spreken boekdelen.
Wat de zogenaamde katholieke koningen Ferdinand en Isabella in Spanje hebben klaargespeeld ten opzichte van de Islam geeft geen reden tot fierheid.

Wat een stel - op zich natuurlijk geweldig goed georganiseerde - moslimfanatici heeft gedaan met hun terreuraanslagen moet met alle mogelijke middelen bestreden worden. Maar dat simpelweg even uitbreiden tot alle moslims is van een bijna onbegrijpelijke kortzichtigheid, vooral gedomineerd door angst.

Toen ik een jaar in New Orleans werkte in een parochie kwam daar de hulpbisschop het heilig Vormsel toedienen. Alleen die hulpbisschop was zwart. Verschillende parochianen trokken hun kinderen terug want ze lieten hun kinderen toch niet vormen door een nikker.
Je zou ze de communie moeten weigeren.

Ik moet denken aan de argwaan, het wantrouwen en ten gevolge daarvan de afkeer en angst tussen katholieken en protestanten zo’n zestig jaar geleden. Ik herinner me een medebroeder uit Sri Lanka die in Amsterdam zijn studie deed en toen ik met hem door het Vondelpark wandelde achterdochtig telkens vroeg: is dat een protestant? Daar wilde hij toch wel met een grote boog om heen lopen.
In de zeventiende eeuw toen Amsterdam werd overstroomd door protestantse vluchtelingen uit Frankrijk werden ze hier vanzelfsprekend opgenomen. En de Joden, de Sefardische en de Askenazische idem dito. Het kan dus wel.
Ik moet daaraan denken als ik die man uit Limburg zo ongenuanceerd te velde zie trekken tegen de Islam. Is hij nog zo behept met het gesloten denkcircuit van de generaliteitslanden zoals die vroeger heetten, waar iedereen katholiek was ooit en men niet anders kon denken dan dat iedereen boven Roermond een vijand was: die Hollanders.
Ik ben niet dol op geblondeerde mannen, vind dat nogal ridicuul, maar ik moet me wel bewust zijn dat ik dan discrimineer. Gun het hem er zo - in mijn ogen - toegetakeld bij te lopen als hij dat leuk vindt. Zolang hij er niemand kwaad mee doet!

In de lezing uit het boek Exodus is de Eeuwige, is God behoorlijk discriminerend bezig: dat stelletje nomaden, de Israëlieten hebben hun God geloochend door een stierenbeeld te maken en dat te aanbidden. De Eeuwige die hen uit Egypte heeft bevrijd is razend en wil zijn fiolen van toorn over dat volk uitstorten om ze te vernietigen.
Het is bijzonder dat Mozes probeert die – begrijpelijke, maar ongenuanceerde – woede te bezweren. Niet zonder aanzien des persoons te keer gaan! Wat heeft Hij, de Eeuwige niet allemaal gedaan om zijn volk te bevrijden? Als Hij ze nu vernietigt maakt hij zich zelf belachelijk in de ogen van de Egyptenaren.
Omwille van de daad van een kleine groep een heel volk ten onder te brengen: waar bent U mee bezig, Eeuwige?: lijkt Mozes te zeggen.

De oudste broer uit het Evangelieverhaal is net zo discriminerend bezig ten opzichte van zijn jongere broer. Maar het leuke is dat hij zijn vader toch een klein lesje leert dat hij wel een beetje royaler had mogen zijn tegenover hem, de oudste, nu hij zo royaal te keer gaat als zijn jongste zoon terugkeert.

Maar in ieder geval zet de Vader zijn hart wijd open en spreidt zijn armen uit. Wat die op zich waardeloze zoon ook heeft uitgevreten, nu hij een nieuwe start wil maken is hij welkom en meer dan dat.

Het blijft een innerlijk gevecht in ons om consequent te proberen niet te discrimineren; mijn argumenten goed te wegen als ik meen het wel te moeten doen en dan zeer genuanceerd te kijken.
Bestrijd het kwaad, ga met moed tekeer tegen wat voor discriminatie ook, maar blijf toch altijd de mens zien die erbij betrokken is.
Werkelijk iemand afschrijven?? Als Christen, als volgeling van Jezus kan dat eigenlijk niet.
Blijven zoeken naar dat ene schaap, naar die ene munt, die drachme.

Terug naar homepage Dignity