| |
14 september 2008
24e zondag door het jaar
Feest van Kruisverheffing
Numeri 21,4-9; Psalm 78, 102.34-38; Filippensen 2,6-11; Johannes 3,12-17
Openingswoord
Helena, de moeder van keizer Constantijn, heeft driehonderd jaar na Jezus' dood naar het kruis laten zoeken waaraan hij op de berg Golgotha gestorven is.
Boven de plek, waar het kruis tijdens de grafwerkzaamheden werd gevonden, liet zij een basiliek bouwen.
Daaraan herinnert het feest van deze 14de september, Kruisverheffing. - De eerbied van mensen die het kruis verheffen, de eerbied die het kruis aanziet in dankbaarheid en vertrouwen: deze eerbied hebben ook wij ontvangen, die leeft ook in ons. En iedereen die het kruis verheft, zal daarbij vooral dit ondergaan:
het kruis verheft ons, het richt ons op; want het brengt niet meer de dood; het is omgevormd, is bezield door het onoverwinnelijke leven van Jezus, de opgewekte Mensenzoon. Hij, de Gezalfde Gods, treedt ons in deze viering tegemoet, opdat ons leven gezegend is, een zegen kan zijn.
Overweging
Heel wat kruisjes. Heel wat kruisjes heb ik geslagen, sinds ik deze opdracht ontving - bij mijn priesterwijding, jaren geleden. Heel wat kruisjes: in doop- en eucharistievieringen, tijdens de biecht, als zieken gezalfd werden, toen bruid en bruidegom om de zegen vroegen. Anderen zegenen: zo vaak mocht dit, zo vaak kreeg ik deze kans. Het is wel op z'n plaats, daarvoor een keer uitdrukkelijk dank te betuigen tegenover de gemeenschap van ons geloof die dit mogelijk maakt. Want het vermogen van een ambtsdrager in de kerk te zegenen is als een roos: zonder de struik die haar draagt en voedt, kan ze niet bloeien.
U weet: het kruis in de kerk, de kruistekens van de priesters, van de bisschoppen en van de paus zouden hun kracht verliezen, als u er niet was: de gemeenschap van Jezus, zijn volgelingen. Mensen, door het geloof bewogen, moeten de zending aanvaarden, als gezegende van de Vader aan de slag gaan. Want dit ritueel in de kerk wil vertaald worden naar het leven van alledag, wil ter wereld komen in ons doen en laten.
Graag ga ik even terug in de tijd - misschien dat u zich daarbij wel wilt aansluiten; graag denk ik terug aan de kinderdagen toen ik het kruis nog niet in de vingers had. Het jongetje stond nog wat onwennig op zijn beentjes, maar op gegeven moment was het opgelucht, blij en trots; nu was het gelukt - 'ik kan ik het, het kruisteken!'
Deze verworvenheid van het prille geloof zal ik niet meer kwijt raken. Ik kan het nog steeds - maar ken ik het ook? Zoals iedereen hier ben ik bang het kruis te leren kennen door het te moeten ondergaan. Misschien zullen we zelfs - hopelijk toch niet! - onder het ondraaglijke bezwijken. We weten het niet. Zoveel is zeker: het kruisteken in de vingers, onder de knie hebben: dit is iets anders dan onder het kruis door de knieën te gaan.
Onder het kruis door de knieën gaan: daarmee heeft ook het angstige groepje geworsteld dat na Jezus' dood zonder hem verder moest. Ze konden zich nog niet voorstellen, wat voor ons vanzelfsprekend is; wij zijn omgeven door kruisbeelden als tekenen van vertrouwen en hoop; overal op onze aarde komen we ze tegen: in kerken en in ongetelde woningen, op begraafplaatsen, langs wegen, en zelfs als sierraad op de borst. De eerste tweeënhalf eeuwen na de dood van Jezus was dit onbekend - en ondenkbaar. De terechtstelling aan het kruis werd als vreselijke mislukking ervaren; wie zo hardhandig uit het leven was verwijderd, verloor niet alleen zijn lijfelijk leven; ook zijn eer, zijn menselijke waardigheid was aangetast, vernield.
Het kruis was het beduchte dwangmiddel van de toenmalige supermacht, het Romeinse Rijk; tegenstanders moesten zo geïntimideerd en onder de knoet worden gehouden. Des te bewonderingswaardiger is de moed van mensen die toch voor de bevrijding opstonden; ondanks de verschrikkelijke bedreiging hebben ze gestreden tegen bezetting en bevoogding.
De Romeinen wisten zelf al te goed hoe vreselijk deze straf was; daarom gold ze alleen voor mensen van onderworpen, onderdrukte volken en voor slaven. Om die reden werd Paulus als Romeinse burger uit Tarsus niet gekruisigd, maar onthoofd.
De metamorfose die het kruis heeft ondergaan - aan deze verandering zijn we inmiddels gewend, maar als je erbij stil staat besef je: het is een wonder. Het is een van de grote omvormingen die het christelijke geloof heeft doen plaatsvinden: het symbool van vervloeking bij uitstek heeft een volstrekt tegenovergestelde betekenis gekregen: die van redding, verlossing; deze overwinning houdt zelfs verzoening in voor de laatste vijand, de dood (1 Kor 15,26).
De mensen die met Jezus optrokken hadden al beseft: hij zegent niet alleen, hij roept niet alleen op te zegenen en niet te vloeken (Mt 5,44) - hij verwezenlijkt volmaakt wat voor ons allen een opdracht, een uitdaging is: een zegen te zijn. En nu blijkt: deze zegen die Jezus is, kon niet vermoord worden. Door Gods macht blijft de zegen die Jezus is niet in het doodvonnis steken; deze zegen kan nu, bevrijd van elke beperking in tijd en ruimte, iedereen opzoeken en vergezellen, kan heel de menselijke geschiedenis begeleiden, opdat zij thuis komt in de heerlijkheid van God.
Een vloek slaat om, wordt zegen: gelukkig, daar zijn ook heel wat andere voorbeelden voor. Heel wat verhalen zouden loskomen als we daarover in gesprek gingen. Iedereen zou wel kunnen voortborduren op deze aanhef: 'in eerste instantie dacht ik: wat een ramp! Maar later bleek: wat mij toen ontmoedigde, omdat ik het als een kwelling onderging - inmiddels zou ik niet meer willen missen wat daaruit voortkwam. Een weg die op het eerste gezicht doodlopend leek, funest, ontsloot uitzicht, uitkomst, leven'.
Zo'n ommezwaai heeft zich de laatste decennia ook ten opzichte van de homoseksuele geaardheid voltrokken. Vijftig jaar geleden konden mensen, zeker in katholieke kringen, daarin niets anders zien dan een vloek. Inmiddels heeft zich een tegenovergestelde maatschappelijke ontwikkeling doorgezet; er is erkenning gegroeid, en om die te bevorderen, zijn er in heel wat Westerse staten desbetreffende wetten ontstaan.
Het is bekend: onze kerkelijke overheid gaat daarin niet mee. Zo heeft de Duitse bisschof Tebartz-van Elst een maand geleden deken Peter Kollas ontslaan die deze functie sinds 1996 in de stad Wetzlar bekleedde. Deze priester had in de dom van deze plaats aan een oecumenische dienst meegewerkt, waarin de relatie van twee mannen gezegend werd. Het bisdom wees dit af en verklaarde: alle gelovigen hebben 'de plicht zich tegen de juridische erkenning van homoseksuele relaties te keren' (www.katholieknederland.nl, 20-8-2008).
Het verbod homoseksuele relaties in de kerk te zegenen is voor katholieke ambtsdragers verplichtend; maar tegelijk is duidelijk: steeds meer katholieke gelovigen herkennen zich daarin niet, sluiten zich daarbij niet aan. Ook al spreken ze niet uitdrukkelijk of zelfs plechtig een zegen uit - zo velen zegenen in feite wel; zij waarderen de geaardheid en ook de relaties van hun homoseksuele dochters of zonen, zussen en broers, vriendinnen en vrienden. Ze delen in de overtuiging van Pater Jan van Kilsdonk, die enkele weken geleden op 90-jarige leeftijd is gestorven. Hij die niet voor niets pastor van Amsterdam genoemd werd, heeft een keer gezegd: 'Als je in alle culturen ziet dat er vrouwen van vrouwen en mannen van mannen houden, kan ik als gelovige niet zeggen dat dat toeval is, en nog minder een ongeval. Als gelovige zeg ik dan dat homoseksualiteit een vondst van de schepper is'. (De Gelderlander, 2-7-2008, p. 9)
De overgang van vloek naar zegen bevorderen - een ieder van ons heeft hier zijn of haar eigen mogelijkheden. Wij verlangen naar de liefde van Christus, opdat wij ons leven en ook onze geaardheid in dienst kunnen stellen van deze grote opgave: de omvorming die de vloek opheft, waaronder mensen gebukt gaan - opdat de zegen kan opbloeien, waartoe zij geschapen, geroepen zijn.
Het leven op onze aarde zegenen - zo gering onze bijdrage ook moge zijn: de moeite die wij daarvoor doen wordt door de eeuwige liefde aanvaardt en gekoesterd, wordt door Jezus Christus gewaardeerd. Door deze aandacht, door zijn royale vreugde wordt wat wij toevoegen omgevormd tot een kostbaarheid. Ook het juweeltje van jouw leven werd geschapen om te schitteren. Het moet en mag de glans verhogen, zal stralen op de koninklijke diadeem van Gods heerlijkheid.
Terug naar homepage Dignity
|
|