11 oktober 2009
28e zondag door het jaar
Wijsheid 7, 7-11; Mk 10, 17-30
Met twee interessante details over de tekst van het Evangelie zou ik graag willen beginnen.
Allereerst is het opvallend dat er in de meeste oudere vertalingen van de tekst staat: er kwam een jonge man naar Jezus toe. Maar dat staat er helemaal niet. Er staat een man of iemand kwam naar Jezus toe. Alle nieuwere vertalingen hebben dat dan ook. Waar komt die jonge man dan vandaan? Is dat de fantasie van de vertaler; ziet hij een beeldschone jongeling voor Jezus staan, omdat hij anders niet kan begrijpen waarom Jezus hem liefdevol aankijkt. Of had de vertaler nog liever gezegd: Jezus zag hem verliefd aan? Leuke speculaties natuurlijk, al is het een beetje broeierig. En ten tweede staat er dat die man komt aangerend; ook dat is meestal wegvertaald. Was het niet deftig genoeg? En toch lijkt het in de dynamiek van de hele zin te liggen: iemand kwam naar Jezus toegerend en viel hem te voet. Je ziet de vaart van de gebeurtenis voor je. En allicht iemand die rent moet wel jong zijn!
Jezus hoopt op inzicht bij die man over wat het belangrijkste is in het leven. Hij hoopt hem als het ware op een hoger niveau te tillen; en allebei zijn zij teleurgesteld als er niet op ingegaan wordt; als het teveel gevraagd blijkt.
Dat sluit zo mooi aan bij die lyrische ontboezeming van het boek van de Wijsheid. Een vervoerend verhaal over de vreugde om de wijsheid te mogen bezitten. Al het overige is te verwaarlozen. Dat vraagt natuurlijk wel een hoge morele standaard. Alle aardse goederen zoals wij dat fijntjes noemen zijn met die wijsheid vergeleken minderwaardig.
Wat betekent dat voor ons?
Meestal zeggen we: wijsheid komt met de jaren. En gelukkig is dat meestal ook wel het geval; hoewel we ook de uitdrukking hebben: hoe ouder hoe gekker.
Wanneer je in de samenleving rondkijkt word je keer op keer geconfronteerd met situaties, met problemen, met gebeurtenissen waarbij je je af kunt vragen in hoeverre er wijsheid een rol speelt of juist niet.
Vooroordelen, vooringenomenheid, domheid, racisme, discriminatie, superioriteitsgevoel; de lijst is eindeloos.
Bij de financiële recessie zien we het: het bord voor de kop bij vele financiële kopstukken - de bonussen zijn er maar één aspect van. De onderhandelingen tussen vakbonden en werkgevers, het gekraai van PVV-leden over andere culturen en godsdiensten, het bekrompen standpunt dat jezelf de absolute norm bent om zaken te beoordelen. Het vastgetimmerde benepen oordeel op het vlak van mannelijke en vrouwelijke rolmodellen, om van wat er ten aanzien van seksualiteit wordt beweerd en gedacht nog maar te zwijgen. En dan heb ik het nog niet eens over de leiding van de roomse kerk die vastgeklemd in angst noch vrouwen noch homo's hun plaats wensen te geven. Het hoge precentage van de geestelijkheid dat van de andere kant blijkt te zijn wordt weggemoffeld, ontkend of met maatregelen weggewerkt.
Inzicht, wijsheid, zelfkennis, kennis van de geschiedenis? Ho maar! Het lastige is - en we hoeven dat niet weg te wuiven - dat het een pittige opgave is om na te durven denken over allerlei oordelen, meningen die in en om mij heen leven en te proberen ze zo objectief mogelijk te beoordelen en dan pas een oordeel te vellen of een mening op te bouwen. Sommige dingen zijn zo vanzelfsprekend ingedronken in opvoeding of cultuur. Het vraagt ook innerlijke strijd; je moet soms echt het nodige in jezelf overwinnen om je mening te herzien, om echt je manier van reageren ten opzichte van bepaalde mensen te veranderen of te corrigeren.
Ik ben zo hartstikke hardleers, merk ik soms.
Ik betrap me er op, maar enige tijd later doe ik weer precies hetzelfde; het lijkt wel ingebakken.
Het is een verademing een wijs mens te ontmoeten, evenwichtig, eerlijk, rechtvaardig en respectvol. Ook als zo iemand het niet eens is met je, dan blijft er altijd de acceptatie van de mens, dus geen geweld om die ander de mond te snoeren. Terwijl je drommels goed merkt dat het een mens is die bevlogen en hartstochtelijk leeft: geen uitgedroogde smakeloze vijg.
Het goede en inspirerende van Jezus van Nazareth is dat hij mij probeert uit te dagen met zijn ogen te kijken, met zijn inzicht te oordelen, met zijn ruimheid van geest te peilen.
Zelfs als hij de farizeeën de huid vol scheldt - wit gepleisterde graven - toe maar - is dat om ze uit te dagen en ze tot bezinning te brengen, te helpen ontdekken hoezeer ze vastgepind zitten in talloze vooringenomenheden.
Nogmaals het klinkt idyllisch en lyrisch: “Ik beminde de wijsheid meer dan gezondheid en schoonheid; ik verkoos haar boven het licht, want ze schitterde zonder ophouden.”
Nou, ik moet jullie bekennen zo lyrisch spreek en denk ik niet over de wijsheid. Maar wat zou het heerlijk zijn als we proberen die wijsheid in ons doen en laten toe te laten, er onze meningen door te laten beïnvloeden.
Hopelijk brengt ons dat er toe werkelijk niet discriminerend, werkelijk respectvol met elkaar om te gaan.
Een beetje in het spoor van Jezus van Nazareth.
Terug naar homepage Dignity
|