Preek oktober 2007
28e zondag door het C jaar.
II Kon 5, 14-17. Luk. 17, 11-19.
Stel dat ik melaats zou zijn; of om het te zeggen met de term van de Nieuwe Bijbelvertaling: huidvraat ( dat vind ik veel onvriendelijker en agressiever klinken trouwens!) - wat betekent dat voor mijn leven? Ben ik daar de hele dag mee bezig? Of zijn er momenten, tijden, perioden zelfs dat ik me er niet van bewust ben omdat ik met heel andere dingen bezig ben die mij boeien?
Heel toegespitst gezegd: ervaar ik mijn melaatsheid dan als mijn identiteit? Is het alles bepalend; of is het een onderdeel van mijn identiteit?
Al dat geneuzel van geleerde en ongeleerde dames en heren die zich mateloos opwinden over een uitspraak van Prinses Máxima en over haar en elkaar heenvallen om maar te bewijzen hoe slim ze zijn. Ze doen net of Máxima een dogmatische uitspraak heeft gedaan die in de grondwet moet en betuttelen haar als een schoolmeisje; terwijl zij een bestudeerde volwassen jonge vrouw is met zeer veel internationale ervaring onderhand. Het zou leuk geweest zijn als er een serieuze discussie was ontstaan over wat de Nederlandse identiteit eigenlijk is. Nu worden we alleen maar met losse flodders om de oren geslagen. Nederland op zijn smalst: schoolmeestertjes.
Kan ik bepalen wat mijn identiteit is?
Cultureel is mijn identiteit een andere dan die van mijn buurvrouw, alleen al omdat ik van klassieke muziek houdt en zij van hard metal, ik van Rembrandt en zij haat musea.. Door de familie waaruit ik kom is mijn identiteit sterk bepaald. Mijn beroep drukt een sterk stempel op mijn identiteit. En zo kan ik nog wel een paar facetten noemen. En niet het minst wordt mijn identiteit bepaald door mijn seksuele gerichtheid.
Is die alles bepalend of moet ik zeggen meebepalend? Natuurlijk beïnvloedt het mijn manier van denken, mijn wijze van kijken naar de werkelijkheid om mij heen, het kleurt mijn fantasieën. Een schitterende zonsondergang waar ik van geniet is dat een homoseksueel zonsonderganggenot? Lijkt me sterk en vergezocht.
Het is goed om hier samen in dit verband te vieren. Maar het is ook goed om volgende week de viering weer mee te maken in een anders samengestelde groep.
Het is zo spannend om te merken hoe je al die verschillende facetten die je persoonlijkheid tezamen vormen gestalte geeft.
Zelden allemaal tegelijk. Het ene facet zal sterker spelen in deze situatie, een ander in een totaal andere setting.
Iedere keer als ik al die verschillende elementen van mijn persoonlijkheid ervaar, verwonder ik mij over die afwisseling in een mens.
Het is wonderbaarlijk hoe je van jongs af aan al die verschillende kanten leert te verenigen, er mee leert om te gaan; nu eens komt die sterker naar voren, dan weer die. Je kunt er eigenlijk geen echt uitschakelen, ze zijn er, maar spelen hun eigen rol als het aan de orde is.
Dat die veelheid ook wel eens verwart, is niet verbazingwekkend. En als je in de puberteit nog volop bezig bent er één geheel van te maken, kan dat tot een diepe crisis leiden, onzekerheid,vervreemding.
In Jezus' tijd was melaatsheid een vloek: je werd uit de gemeenschap gestoten. Nu is het 'een' ziekte die bestreden kan worden. Zoals gelukkig langzamerhand in onze westerse maatschappij met de voorhanden medische mogelijkheden aids 'een' ziekte aan het worden is.
Maar mijn geaardheid die een wezenlijk bestanddeel van mijn zijn uitmaakt, moet ik beschouwen als een onuitwisbaar facet van mijn identiteit. En het is belangrijk dat ik - ondanks maatschappelijke vooroordelen waar ik mee geconfronteerd word - daar 'ja ' tegen zeg; en besef hoe die geaardheid ook bijdraagt aan mijn persoonlijk geluk, als het goed is.
Ik durf te zeggen dat ik er dankbaar voor ben.
Het is verdrietig als mensen met therapieën of weet ik wat voor behandelingen die geaardheid willen uitroeien. Dat blijft vechten tegen de bierkaai. En bidden helpt ook niet.
Het is een ongelovige houding om te roepen dat God dit niet wil.
Hij heeft mij wél zo geschapen. Dus dat is voor mij een opdracht, zoals al mijn aanleg en talenten mede mijn levensopdracht bepalen.
Als ik Jezus met mensen zie omgaan, merk ik hoe hij er op gericht is mensen tot hun recht te laten komen. En als ze in de fout zijn gegaan, zal hij hen helpen weer goed op weg te komen, dé weg te komen.
Van alles wat de mens beperkt, belemmert, ziek maakt, kwetst wil hij bevrijden.
Wanneer ik probeer een gelovig mens te zijn, wil ik proberen ja tegen mijzelf te zeggen, omdat ik geschapen ben en dus God ´ja´tegen mij zegt.
Het besef dat ik wezenlijk door God aanvaard ben - ook met mijn duistere, kleine,
bekrompen en nare kanten - kan mij diepe levensvreugde geven.
Ik wens ons dat allemaal van harte toe.
Terug naar homepage Dignity
|