| |
Van God los
10 mei 2009
5e zondag van Pasen
Evangelie: Johannes 15,1-8
Handelingen 9,26-31. Psalm 22,26-32. (1Johannes 3,18-24)
Zijn we nu helemaal van God los? Het is een typisch Nederlands gezegde. In andere talen wordt het zoiets als Ben je nu helemaal gek geworden? Maar de Nederlandse uitdrukking zegt meer. We zeggen het bij excessieve wandaden, bijv. het wegpesten van homo's of lesbiennes uit hun eigen huis, een georganiseerde vechtpartij op het bevrijdingsfeest van 5 mei, of een aanslag plegen op de Koninklijke Familie op Koninginnedag nota bene. Zulke acties lijken er niet alleen op te duiden dat we gek geworden zijn, maar tevens dat we het contact met de bron van ons bestaan kwijt zijn. Zijn we nu echt helemaal van God los? En dit zijn alleen nog maar de meest opmerkelijke en recente voorbeelden in ons eigen land.
"Los van Mij kunnen jullie niets," zegt Jezus ons. Tja, dat lijkt op één van die tot in het extreme doorgetrokken uitspraken waarmee Hij ons wil wakker schudden. Toch zijn deze woorden van Hem niet zo overdreven als ze op het eerste gezicht wellicht lijken. Er zijn genoeg mensen die medemensen zure druiven laten eten. Wie echter verbonden is met Christus zoals ranken aan een wijnstok, zal geen zure druiven voortbrengen. Of omgekeerd, wat duidelijker is, mensen die anderen het leven zuur maken en zogezegd losgeslagen zijn, blijken dikwijls de band met de Ene verloren te hebben - ook al rechtvaardigen ze hun daden met een beroep op hun religie: zoals de apostel Paulus dat ook deed vóór zijn bekering.
Zulke mensen zijn de weg kwijt, heet het dan. Voor christenen heeft deze uitdrukking nog een diepere betekenis, omdat Jezus zegt dat Hij de weg is, de waarheid en het leven. Mensen die zo de weg kwijt zijn, hebben inderdaad geen leven en zorgen dat anderen geen leven hebben.
Van God los zijn, we zien de vruchten ervan: geweld tegen anders gelovigen en onderdrukking van minderheden in het Midden-Oosten, Afghanistan, Pakistan en India, kindsoldaten in Afrika enz.. Maar eveneens binnen zogenaamd christelijke culturen zoals in Italië (de maffia), Baskenland (de ETA) en Guatemala en Bolivia (onderdrukking van de Indianen). En in Nederland zijn we zo tolerant dat we geweld tegen homo's tolereren. Bovendien is het zo dat de grote ekonomische en ekologische problemen in de wereld van nu veroorzaakt worden door rijke en machtige landen die sterk beïnvloed zijn door het christendom. Ja, zelfs christenen lijken in toenemende mate van God los te zijn geraakt.
De kredietkrisis, geweld tegen homo's, zo'n gebeurtenis als op Koninginnedag - het zijn de vruchten van ons los zijn van God. Als je van God los bent, word je geheel op jezelf teruggeworpen. Je moet voortaan alles alleen doen. Jouw eigen naam wordt belangrijk, niet de Naam van God of de naam van je naaste. Het niet verbonden zijn met God als de Bron van al wat bestaat, als Vader van alle mensen, maakt eveneens dat je je niet meer van nature verbonden voelt met anderen. "Wat heb ik met jou te maken?" Je moet dan opnieuw gaan bedenken hoe je je tot de mensen om je heen verhoudt. Als je echter gelovig bent, wordt je identiteit op de eerste plaats bepaald doordat je schepsel bent en kind van God. Wie ben je? Een mens, door God geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis, met een naam die God in de palm van Zijn hand heeft geschreven. Je bent door Hem gewild en geliefd. Als je gelovig bent, is dàt de kern van je identiteit. En daarnaast heb je een nationaliteit, bloedverwantschap, een functie, een sexuele oriëntatie enz..
Als je die band met de Eeuwige echter niet ziet, wie ben je dan? Een individu. Eén van de vele zandkorrels op het strand. Iedere mens wil graag respect en waardering en wil gezien worden. Het verschil tussen iemand die geloof heeft - al is het maar een klein beetje - en iemand die niet gelooft, is dat gelovigen zich verbonden weten met de Bron van hun bestaan, óók of juist als zij niet gerespecteerd en niet gewaardeerd worden. Het losse individu dreigt verloren te gaan in de grote grijze massa. De individualistische maatschappij hangt als los zand aan elkaar. Een gelovige daarentegen weet zich gekend en bemind door Degene Die we God noemen.
Mensen die veel te verduren hebben, zich letterlijk van God en mens verlaten voelen, komen eerder tot wanhoopsdaden. Ze hebben het gevoel dat zij zich moeten laten gelden, wraak moeten nemen, hun recht moeten halen. Zonder God kun je niets uit handen geven zonder het volledig te verliezen. Wie zich evenwel bewust is van z'n band met de Eeuwige, kan erop vertrouwen dat God Zelf voor ons opkomt als we niet voor onszelf kunnen opkomen; dat Hij ons kracht geeft, moed en hoop of toch tenminste andere mensen inspireert om ons bij te staan. Wat er ook gebeurt, er is er tenminste Eén Die jou echt ziet staan. En als we tenslotte zullen vallen, vangt Hij ons op.
Als je met God verbonden blijft, kunnen je werk, je status en je geld en je sexualiteit nooit het allerbelangrijkste worden. Als je met God verbonden blijft, wil je mensen niet aan hun lot overlaten, wil je anderen niet beledigen of uitschelden. Als je met God verbonden blijft, wil je je partner niet bedriegen, wil je geen fraude plegen of liegen en verdwijnt alle jaloezie. Je herkent dus al aan je eigen motivatie, aan je houding en je doen en laten of en in hoeverre je met God verbonden bent.
Daarom zegt Jezus ons tenslotte: "Vraag wat je wilt, en het zal je ten deel vallen". We weten dat we met Hem verbonden blijven door met eerbied en verwondering om te gaan met de Schepping en door met medemensen om te gaan als onze broers en zussen. (We hebben allen immers maar één Vader.) We weten dat we met Hem verbonden blijven door de woorden van Jezus ter harte te nemen en de sacramenten uit Zijn hand te ontvangen. Maar als we dit op eigen houtje gaan proberen, kun je er zeker van zijn dat het vroeg of laat goed mis gaat. Dus: vraag wat je wilt!
Vraag je nog wel eens wat je wilt? Of gaan we 'gewoon' naar de kerk en kunnen we het verder alleen wel af? Wie onafhankelijk wil zijn, wie van God los is, kan uiteindelijk minder goed op eigen benen staan, wordt onzeker en onrustig. Maar als je aan Hem vraagt wat je nodig hebt, versterk je de band en raak je de weg niet kwijt. Je wordt standvastiger, wijzer, rustiger, betrouwbaarder. Vragen we daarom dat wij door Jezus Christus mogen leven in verbondenheid met de Bron van ons bestaan en met elkaar, zoals ranken verbonden zijn aan de wijnstok. Dan worden de vruchten die we voortbrengen niet zuur en vinden we samen het geluk waarvoor we bedoeld zijn. Amen.
Terug naar homepage Dignity
|
|