14 februari 2010

6e zondag door het jaar
Zondag van de Zaligsprekingen
Carnavalszondag (Quinquagesima)
Valentijnsdag
Jeremia: 17,5-10; Lucas: 6,17-26

De inleiding op de viering van 14 februari 2010 zoals uitgesproken door Jan W.de Haan O.K.pr.

Inleiding
Here Jezus, om uw woord zijn wij hier bijeen gekomen…
Zusters en broeders,
wie u ook bent, vanwaar u ook komt, u mag zich dit uur hier in de Magdalenakapel welkom weten en thuis voelen.
Wij zijn hier bijeen gekomen om met Dignity Eucharistie te vieren.
Dat wil niet zeggen dat wij ons als verongelijkte homo's en lesbo's van de boze buitenwereld afzonderen met eigen rituelen. Met Dignity Eucharistie vieren betekent dat wij - homo of niet - ons welbewust van onze eigen waardigheid als mens en als christen, in verbondenheid met elkaar en met de Kerk van alle tijden en plaatsen, God dankzeggen voor het leven en de liefde die God, zonder uitzondering, aan elk mens schenkt.

Het leven en de liefde vieren
Deze zondag is vanouds "Quinquagesima" genaamd, ofwel de Vijftigste dag vóór Pasen, een zondag die scharniert tussen de Kerst-wintertijd en de Paas-lentetijd. Woensdag a.s. begint de Veertigdagentijd van voorbereiding op Pasen. Juist deze zondag staat bijzonder in het teken van het leven en de liefde. Met Carnaval wordt vooral in rooms-katholieke streken op uitbundige wijze het leven gevierd. Terwijl de winter bezig is met zijn laatste stuiptrekkingen, neemt men met carnaval een voorschot op het nieuwe leven dat ook in de natuur op openbreken staat.

Valentijnsdag
Het zal u niet ontgaan zijn dat het 14 februari Valentijnsdag is. Onder invloed van de commercie heeft dit oude angelsaksische feest ook in ons land ingang gevonden. Sint Valentijn is de patroon van liefde en vriendschap en op zijn dag sturen verliefden en verloofden, stille aanbidders en aanbidsters, elkaar bloemen en kaarten met grote rode harten om daarmee hun liefde of genegenheid voor de ander te tonen. Valentinus is een heilige van wie maar weinig bekend is. Hij was een priester of een bisschop, die mogelijk in het begin van de 4de eeuw, tijdens een christenvervolging, ter dood werd gebracht. Er kan een beroep op hem worden gedaan bij "koude koortsen" en vallende ziekte. In vroeger tijden zal daar zeker veel gebruik van zijn gemaakt. Valentijn komt immers van het latijnse "valens", dat "gezond", "sterk" of "invloedrijk" betekent. Bovendien viel zijn dag midden februari, de maand die genoemd is naar de godin Febris, een vreselijke heks die ziekte en dood bracht. En nog altijd is het zo dat wanneer de winter een eind is gevorderd, er veel mensen ziek worden en er ook velen sterven. In de Middeleeuwen groeide Valentinus uit tot de patroonheilige van geliefden en van vriendschap. Misschien dat Valentijnsdag ook u aanspreekt. Van welkegeaardheid ook, liefde en vriendschap is iets wat ons allen drijft en gaande houdt. En wie van ons zal zich niet herkennen in de volgende dichtregel van Jacob Israël de Haan?

   Rozen zijn niet zoo schoon als uwe wangen,
   Tulpen niet als uw bloote voeten teer,
   En in geen oogen las ik immer meer
   Naar vriendschap zulk een mateloos verlangen.

Zalig verklaard
Wij noemen mensen als Valentinus "heiligen" omdat ze in hun leven en werken Gods liefde voor de mensen gestalte hebben gegeven en daarom voorbeelden voor ons zijn. God heeft echter zijn grote hart voor mensen bij uitstek getoond in het leven en het werken van Jezus Christus en met diens evangelie ons opnieuw zijn liefde verklaard. We horen deze zondag het evangelie van de Zaligsprekingen. Ook nu weer zien we Jezus die neerdalende beweging maken van Gods liefde voor de mensen. Hij gaat naast de mensen in de vlakte staan. Die zijn gekomen om te horen en om van ziekten genezen en van kwaad bevrijd te worden. Een zalig of heiligverklaring door de paus van Rome zal, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, ons geen van allen ooit te beurt te vallen. Maar een zaligverklaring door Jezus zelf… dié ligt altijd en telkens weer opnieuw binnen ons bereik. De enige voorwaarde die Hij stelt is dat we bereid zijn ons kruis op ons te nemen en Hem te volgen op zijn weg naar Pasen.

Preek

Gezegend is de mens die op de HEER vertrouwt en zich bij God veilig weet, profeteert de profeet Jeremia.

Zusters en broeders,
Iemand vertelde over zijn moeder. Toen ze weduwe werd had ze zich eenzaam en verlaten gevoeld, maar zich ook getroost met de gedachte dat ze haar man in de hemel zou weerzien. Ze vond afleiding bij drie vriendinnen die ook weduwen waren. Een keer in de week kwamen ze bij elkaar, wisselden verhalen uit en speelden kaart. Op een dag kwam moeder opgewekt thuis. Wat hadden ze gelachen! Truus had gezegd: "Daar zal Jan van opkijken als ik hem straks tegenkom". Daarop had Ans geantwoord: "Ik weet niet of ik de mijne nog wel wil tegenkomen".

Een andere visie op geloven
Oude mensen die de last van vele jaren met zich mee torsen en die hun hele leven diep gelovig zijn geweest, vragen zich op hun oude dag plotseling af of het allemaal wel waar is wat ze geloven en of er na dit leven nog wel iets te beleven is. Ik hoor die vragen ook van mensen die hun partner hebben verloren. Ik denk intussen dat deze geloofstwijfels voortkomen uit een bepaalde voorstelling van God. Wij willen God graag zien als een antwoord op onze angst en op ons verlangen. God moet de vervulling zijn van onze gerechtvaardigde verlangens. Keer op keer voelen we ons dan teleurgesteld. God doet zo vaak niet wat we vragen en wat we billijk en recht vinden. Bestaat God dan wel? Er is een andere visie op geloven in God mogelijk: geloven als verlangen, als hoop op een betere toekomst, geloven als een droom, als een visioen.
"Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap, dat zal een droom zijn…"
zingen we met psalm 126. Het verlangen naar recht en vrede wordt door tegenslagen niet tenietgedaan, maar juist versterkt. Het is deze vorm van geloven die ik in het evangelie van vandaag meen aan te treffen.
"Zalig - gelukkig - jij die arm bent, want jij krijgt het koninkrijk van God;
gelukkig jij die honger lijdt, want je zult verzadigd worden;
gelukkig jij die nu huilt, want je zult lachen".
Hier is een onverwoestbare optimist aan het woord, iemand met een droom, met een bezielende hoop, met een rotsvast ideaal.

Hartstochtelijk verlangen
De omstanders zullen verschillend reageren. Er zijn er die hun hoofd schudden. Zij denken: "Wacht maar, je zult je portie aan tegenslag nog wel thuis krijgen". Anderen blijven even met bewondering staan. Ze denken terug aan hun eigen jonge jaren waarin ze hemel en aarde bestormden. Dit hartstochtelijke verlangen naar de omkering van deze wereld, dat de armen het koninkrijk in bezit zullen nemen en dat de rijken zullen weten wat het is arm te zijn, dat hongerenden hun lege magen zullen ruilen met de verzadigden, dat de treurenden zullen lachen en de lachers van een koude kermis zullen thuiskomen, dat zij die gesmaad worden de vleiers op de hielen zullen zitten, dát is de kern van Jezus' Blijde Boodschap.

Navolging
Wat doen wij ermee? Zullen we die boodschap als onrealistisch maar laten voor wat het is? Zullen we hem bewonderen en doorlopen? Of laten we er ons op aanspreken en zullen wij Hem navolgen? Over de navolging van Jezus kan het evangelie van deze zondag ons veel leren.
Samen met zijn apostelen is Jezus de berg afgedaald en blijven staan op een vlak terrein. Daar treft Hij een grote menigte aan uit het heel het Joodse land, uit Jeruzalem en zelfs uit het kustland van Tyrus en Sidon. In enkele regels wordt de ontwikkeling van de kerkgemeenschap beschreven. De zaligsprekingen klinken bij Lucas niet vanaf de berg, zoals bij Matteüs, maar ergens op het platte land van Galilea. Niet alleen de Joden, maar ook de volkeren van verre zijn vertegenwoordigd. Daar slaat Jezus zijn ogen op, kijkt zijn leerlingen aan en zegt: "Zalig zijt gij, armen". De apostelen worden als model voorgesteld. Zij hebben immers alles achtergelaten om Jezus te volgen. Zo zullen ze de geschiedenis doorgaan; ze zullen rondtrekken zonder reiszak.

Armoede
Wat lijkt dat uit de tijd! Met man en macht verzetten wij ons - en terecht - tegen de armoede. Ieder mens heeft recht op brood, kleding, een dak boven het hoofd en recht op werk. Het tegendeel beweren kan niet meer. Armoede is alleen maar gruwelijk. De hoge frequentie waarmee armoede in beeld gebracht wordt op de televisie, brengt het niet geringe gevaar van afstomping met zich mee.
Maar er is binnen en buiten het christendom, de eeuwen door, ook een armoede geweest waarvoor bewust gekozen werd. Denken we maar eens aan Franciscus van Assisi, een zoon van rijke ouders, die voor de rechter afstand deed van alle familiebezit, en naakt voor zijn vader staande, verklaarde dat hij gekozen had voor die wondere bruid Vrouwe Armoede.

Bezit
Bezit is nodig om een vrij mens te worden. Bezit kan het echter ook onmogelijk maken ooit een vrij mens te worden. Voor de armen is het alternatief er niet om straks zelf op de plaats te zitten van de machtigen, de rijken, om als nieuwe rijken hun wil op te leggen aan de anderen; dan komen we terecht in de wet van het oerwoud, het recht van de sterkste. Maar het is ook mogelijk om eerbiedig en voorzichtig met deze aarde om te gaan, niet te gaan tot de uiterste grenzen van wat er met de natuur mogelijk is, maar het welzijn van de mensheid als een volkerenfamilie in het oog te houden. Dan gaat het evenwicht niet verloren, en is de mens er niet toe gedoemd om als een dier te leven, op zoek naar prooi en meer niet.
Echt mens zijn is een waagstuk. Dat schijnt die wat haveloze groep predikers - die door hun meester worden uitgezonden - ons te willen zeggen. De verleiding is groot je zonder meer op sleeptouw te laten nemen door de bestaande structuren, de gewone manier van doen, het heersende bestel. Wie dat loslaat is arm. De houding van deze armen is niet de roekeloosheid van de avonturier of de revolutionair. Die tarten de overmacht en zoeken de confrontatie; hard tegen hard. Deze arme doet iets anders. Hij ontmaskert de mens die zich heeft verschanst in een schijnwereld, hij doet een beroep op dat kleine stukje waarheid dat in ieder mens leeft, maar waarvan de mensen niet willen weten. Hij minacht de dingen van deze wereld niet. Hij schat ze hoger. Door zijn levengevend leven bestaat elk ding en als hij zich aan één ervan onttrekt, valt het ineen en gaat teniet. Wie dit niet meer ziet zal zich vroeg of laat aan de aarde bezeren; hij leeft er niet van, maar stikt er in. Alleen de armen zijn nog geloofwaardig als de toekomst van deze aarde in het geding is, en niet de rijken. De armen zijn degenen die nog in één adem kunnen bidden "uw Koninkrijk kome" en "geef ons heden ons dagelijks brood". Maar zonder brood zullen ze nog blijven zingen van het Rijk, zoals de Joden zongen aan de oevers van Babylon en zoals Jesaja zong van het pronkgewaad dragen bij de ingevallen muren van Jeruzalem.

Wee u, rijken!
Jeremia slaat de sombere akkoorden aan. Doelend op de andere groep, de rijken, profeteert hij: "Vervloekt is hij die op mensen vertrouwt". In die traditie verder gaand laat Jezus zijn "Wee u rijken" klinken. De rijken zijn - volgens Lucas - dwaas en ongelukkig. Er is voor hen - volgens de evangelist - slechts één uitweg, namelijk door alles weg te geven aan de armen. Zo zullen ook later de kerkgemeenschappen worden opgebouwd. Helaas sloten zich daar weinig rijken bij aan. Misschien wordt de grote teruggang van de Kerken in het Westen wel mede veroorzaakt door het feit dat ze maar weinig boodschap hebben aan armen. Want het andere feit in onze dagen is dat kerkgemeenschappen in Afrika, Zuid-Amerika en Azië een spectaculaire groei doormaken. Dat is toch alleen maar mogelijk door de toeloop van armen, mensen die zich aangesproken weten door het visioen van Jezus: "Zalig zijt gij, armen, want aan u behoort het koninkrijk van God". Zalig zijn wij als wij het wee ter harte willen nemen.
Amen.

Terug naar homepage Dignity